in bed with Adorno

een onvolledig overzicht van mediatheorie voor studenten van ‘t IAM

youtube als bron

In de week dat - ergens vorige maand - dierenactivisten de duimschroeven werden aangedraaid, wist ook actualiteitenrubriek Nova een aardige documentaire in elkaar te draaien over de activisten in kwestie. Daarbij maakten ze dankbaar gebruik van YouTube.

Logisch, overigens. YouTube is een prachtige databank geworden waar het fijn grasduinen is door virtuele stellingkasten vol materiaal. De archieven van het NOB zijn er niets bij. Toch lijkt niemand YouTube te zien als een stellingkast, een opslagruimte, een middel. YouTube is het medium en zo wordt het ook genoemd.

Op De Nieuwe Reporter, een webzine over journalistiek in het tijdperk van internet die de eigen belofte nog steeds niet waar kan maken, bekritiseert André van Os Nova. De actualiteitenrubriek heeft immers YouTube als bron van films over dierenactivisme aandragen. Natuurlijk, hij heeft groot gelijk met zijn kritiek. Wanneer het om internet gaat heersen echter andere wetten. Zo lijkt het althans.

Dagelijks trakteren De Wereld Draait Door en Jensen ons op leuke en hilarische filmpjes die zo van internet zijn geplukt. Bron? YouTube. Dat gebruik heeft veel weg van de manier waarop filmpjes worden vertoond bij America’s Funniest Home Videos. Het draait niet om de maker, maar om de inhoud. Serieuze journalistiek dient zich daar verre te houden. Althans, dat is de gangbare mening in journalistieke kring. Kranten voeren, zoals Van Os aangeeft, regelmatig ‘het internet’ op als bron. Van Os doet alsof dat te vergelijken is met een bronvermelding als YouTube. Klopt uiteraard niet. ‘De krant’ is te vergelijken met ‘het internet’, YouTube met pakweg De Telegraaf.

Buiten het journalistieke vertoog speelt de maker een steeds geringere rol. Studenten vergeten maar al te vaak hun naam onder eigen werk te zetten of leveren een videoclip - waaraan ze wekenlang hebben gewerkt - af zonder naamsvermelding op het hoesje en aftiteling aan het einde. Op internet verschijnen zorgvuldig geconstrueerde media onder pseudoniem. Dat is opmerkelijk in een tijdperk waarin de producent centraal is komen te staan en ‘jij’ werd uitgeroepen tot meest belangrijke mediapersoonlijkheid van het jaar (Fortune in 2006). Blijkbaar zorgt web 2.0 voor een nieuw ‘gevoel’ van eigendom over zelfgemaakt materiaal: als iedereen een gezichtsloze consument is, dan is de producent dat gewoon ook.

Een op z’n minst interessante ontwikkeling, gezien het feit dat alle sociale software sites - de uitstalkramen waar we onze gemaakte media ten toon spreiden - eigendom is van grote multinationale mediabedrijven. Komt het er dan niet op neer dat het verwijzen naar YouTube als bron niet hetzelfde is als een verwijzing naar ANP, Reuters of persbureau Novum? Interessante vraag. En, uiteindelijk, niet - zoals de reacties op De Nieuwe Reporter willen doen geloven - gemakkelijk te beantwoorden.

1 Reactie »

  Maarten Brinkerink wrote @ februari 6, 2008 at 10:56 am

Interessante constatering. Misschien is het ook interessant om even te laten vallen dat Creative Commons naamsvermelding juist benadrukt en tegenwoordig als onderdeel van al haar licenties heeft gemaakt.

Verder was het niet Fortune, maar Time Magazine ;)

Uw reactie

HTML-Tags:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>